ECLI:NL:CRVB:2015:2829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig voorman afwas, meldde zich arbeidsongeschikt wegens beenklachten. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de WIA-uitkering. Appellant maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank stelde in een tussenuitspraak dat het arbeidskundig rapport onzorgvuldig was, waarna het UWV een nadere onderbouwing gaf.
De rechtbank oordeelde vervolgens dat de nadere motivering voldoende was en vernietigde het bezwaarbesluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde in hoger beroep dat de functies parkeercontroleur en productiemedewerker industrie niet passend waren vanwege overschrijding van belastbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de arbeidsdeskundige overtuigend had aangetoond dat er geen overschrijding van belastbaarheid was. De Raad bevestigde dat het frequent tillen in de functie productiemedewerker industrie binnen de toegestane grenzen viel en wees het hoger beroep af.
De proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 augustus 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.