ECLI:NL:CRVB:2015:2831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-tijdige indiening tegen studieschuld terugbetalingsverplichting
Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van zijn maandelijkse terugbetalingsverplichting van zijn studieschuld, vastgesteld door de minister op 6 januari 2013. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend en er geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding was.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat, zelfs bij veronderstelling dat appellant het besluit pas begin maart 2013 ontving, de bezwaartermijn op 4 juli 2013 was verstreken. Onbekendheid met regelgeving en het nog willen inwinnen van advies vormden geen geldige reden voor uitstel.
Appellant voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege een onjuiste rechtsmiddelverwijzing op het besluit en onduidelijkheid over de datum van bekendmaking. De Raad verwierp dit, stellende dat de rechtsmiddelclausule correct was en dat de wettelijke termijnen dwingendrechtelijk zijn.
De Raad bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat de inhoudelijke gronden niet aan bod hoeven te komen. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugbetalingsverplichting is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.