ECLI:NL:CRVB:2015:2852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor kosten ondervloer wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een ondervloer, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen omdat deze kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en uit eigen middelen moeten worden betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door de woningbouwvereniging gesommeerd was een ondervloer aan te leggen en dat hij financieel niet in staat was dit te bekostigen, met het risico op woningverlies.
De Raad overwoog dat volgens artikel 35 van Pro de WWB bijzondere bijstand slechts wordt toegekend voor noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en niet uit de algemene bijstandsnorm kunnen worden voldaan. De kosten van een ondervloer vallen onder de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten die uit eigen middelen moeten worden betaald.
Uit stukken bleek dat appellant al sinds 2012 op de hoogte was van de verplichting tot het aanleggen van een ondervloer en dat hij in 2013 voldoende middelen had ontvangen om deze kosten te dekken, maar deze voor andere doeleinden had gebruikt. Daarom waren geen bijzondere omstandigheden aanwezig die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Vergoeding van schade en proceskosten werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.