ECLI:NL:CRVB:2015:2853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet meewerken aan huisbezoek
Appellant ontving vanaf 2004 met tussenpozen bijstand en stond sinds 2011 ingeschreven op een adres dat hij ook aan het college had opgegeven. Het college stelde een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand en constateerde onduidelijkheden over de woonsituatie van appellant, onder meer door tegenstrijdige verklaringen en observaties van zijn auto bij een ander adres.
Op 22 april 2013 vond een gesprek plaats waarbij appellant verklaarde met meerdere personen op het opgegeven adres te wonen, maar hij werkte niet mee aan het aansluitende huisbezoek. Het college wees de aanvraag af omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld zonder dit bezoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het huisbezoek noodzakelijk was en het risico van niet meewerken bij appellant lag.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij bereid was mee te werken en dat er geen redelijke grond was voor het huisbezoek. De Raad onderschreef de rechtbank en stelde dat volgens vaste rechtspraak het risico van het niet mogelijk zijn van het huisbezoek bij appellant ligt, ook als hij stelt bereid te zijn mee te werken. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag werd afgewezen omdat appellant niet meewerkte aan het noodzakelijke huisbezoek.