ECLI:NL:CRVB:2015:2884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Appellante ontving studiefinanciering berekend naar de norm voor een uitwonende studerende vanaf maart 2013, nadat zij had doorgegeven uitwonend te zijn. De minister herzag dit besluit en kwalificeerde haar alsnog als thuiswonend, met terugvordering van te veel betaalde bedragen, omdat uit een huisbezoek bleek dat zij niet feitelijk op het GBA-adres woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er geen eigen bed was, geen persoonlijke spullen werden aangetroffen en dat de verklaringen van appellante niet geloofwaardig waren. Appellante ging in hoger beroep tegen deze conclusie en voerde aan dat zij wel degelijk op het adres verbleef en dat de bevindingen onjuist waren.
De Raad oordeelde dat de wettelijke definitie van woonplaats beoordeeld moet worden aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. De bevindingen van het huisbezoek en de verklaringen van de tante, die geen eigen bed en persoonlijke spullen kon aanwijzen, boden een voldoende feitelijke grondslag. De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; studiefinanciering herzien naar thuiswonende norm en terugvordering bevestigd.