ECLI:NL:CRVB:2015:2908
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten administratieve hulp voor vervolgde onder Wuv
Appellant, erkend als vervolgde onder de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om vergoeding van administratieve hulp vanwege zijn verminderde gezichtsvermogen.
Verweerder stelde een norm van maximaal twee uur hulp per week, aansluitend bij de gebruikelijke norm in de Wet maatschappelijke ondersteuning, en weigerde vergoeding voor eenmalige hulp bij het wegwerken van achterstallige administratie. Appellant betwistte deze norm en stelde dat de achterstand al in 2008/2009 was ontstaan.
De Raad oordeelde dat de gehanteerde norm redelijk is en in overeenstemming met artikel 20 Wuv Pro. De weigering om een vergoeding te geven voor het wegwerken van achterstallige administratie is gerechtvaardigd omdat appellant in de betreffende periode nog werkte als hoogleraar en geen vergoeding had gevraagd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van administratieve hulp wordt beperkt tot maximaal twee uur per week zonder vergoeding voor het wegwerken van achterstallige administratie.