ECLI:NL:CRVB:2015:2909
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten brilmontuur wegens te late aanvraag
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van lichamelijke invaliditeit, verzocht om vergoeding van de kosten van een in juli 2013 aangeschafte brilmontuur. Verweerder, de Sociale verzekeringsbank, wees dit verzoek af omdat de aanvraag te laat was ingediend. Eerder toegekende vergoedingen betroffen een vertebril en zonnebril, waarbij steeds werd benadrukt dat aanvragen tijdig moeten worden ingediend.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 40 van Pro de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (Wubo) de vergoeding ingaat op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend, tenzij bijzondere omstandigheden een afwijking rechtvaardigen. Verweerder had geen bijzondere omstandigheden vastgesteld en de Raad vond dat dit besluit niet onredelijk was.
Appellant had op het moment dat duidelijk werd dat de bril niet meer voldeed, een aanvraag moeten indienen. Ook had hij direct na het bezoek aan de opticien een kostenraming kunnen overleggen. Gezien eerdere waarschuwingen over het belang van tijdige aanvragen, kon de Raad niet afwijken van de hoofdregel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de aanvraag voor vergoeding van de brilmontuur te laat is ingediend.