ECLI:NL:CRVB:2015:2945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante viel uit wegens burn-out klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Na bezwaar en een aanvullend medisch onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep werd deze beoordeling bevestigd, waarbij enkele beperkingen werden erkend maar geen urenbeperking noodzakelijk werd geacht.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij meer beperkingen had, waaronder een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis en somatisatiestoornis, en dat de geselecteerde functies te belastend waren. Zij verwees naar rapporten van haar behandelend psycholoog, medisch adviseur en psychiater ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de gronden van appellante terecht had verworpen. Het medisch oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep was deugdelijk gemotiveerd en er was geen aanleiding tot twijfel. De GAF-score was niet geschikt om beperkingen voor arbeidsongeschiktheid vast te stellen. De psychiater stelde een beperking vast, maar zonder voldoende onderbouwing. De urenbeperking werd niet noodzakelijk geacht omdat somatoforme klachten niet waren gemeld tijdens het onderzoek.
Ook de arbeidsdeskundige had overtuigend aangetoond dat de functies medisch passend waren. De Raad zag geen reden om een medisch deskundige te benoemen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.