ECLI:NL:CRVB:2015:2946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat UWV medische beperkingen correct heeft vastgesteld bij WIA-uitkering
Appellant, voormalig heftruckchauffeur, meldde zich in 2008 ziek met psychische klachten. Het UWV kende hem vanaf 2010 een loongerelateerde WGA-uitkering toe en vanaf 2012 een WGA-loonaanvullingsuitkering. In maart 2013 stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de beperkingen van appellant niet had onderschat en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een juiste weergave van zijn medische situatie gaf. Het standpunt van appellant dat hij meer beperkingen had, werd niet onderbouwd met objectieve medische gegevens. Huisartsenjournaal en radiologische informatie boden geen nieuwe inzichten die tot een andere beoordeling zouden leiden.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de motieven van de rechtbank en het UWV. De Raad bevestigde dat de medische beperkingen correct waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering door het UWV wordt bevestigd.