ECLI:NL:CRVB:2019:1742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig heftruckchauffeur, vroeg hernieuwde toekenning van een WIA-uitkering wegens vermeerderde rugklachten. Het UWV had dit geweigerd op grond van medische rapporten en arbeidsdeskundig onderzoek.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant adequaat waren vastgesteld. De functies die het UWV als passend had aangemerkt, werden als passend beschouwd en appellant kon daarmee voldoende verdienen om onder de 35% arbeidsongeschiktheid te blijven.
De Centrale Raad van Beroep toetste het oordeel van de rechtbank aan de hand van het arrest Korošec en bevestigde de zorgvuldigheid van het onderzoek, de gelijke procespositie van appellant en de inhoudelijke beoordeling. Er was geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering.