ECLI:NL:CRVB:2015:2957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden appellant zonder bekende erfgenamen
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een geschil over de AWBZ. Appellant heeft hoger beroep ingesteld, maar is op 16 juli 2013 overleden. De advocaat van appellant heeft vervolgens laten weten niet namens eventuele erfgenamen op te treden. De Raad heeft in de Staatscourant aangekondigd het onderzoek ter zitting te houden op 15 juli 2015, maar er is niemand namens erfgenamen verschenen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet langer ontvankelijk is omdat de appellant is overleden en geen belanghebbende zich heeft gemeld om het geding voort te zetten. Na oproep in de Staatscourant heeft niemand verzocht als partij deel te nemen. Hierdoor is het processuele belang van het hoger beroep komen te vervallen.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter J. Brand in aanwezigheid van griffier J.R. van Ravenstein op 26 augustus 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van appellant zonder opvolging door erfgenamen.