ECLI:NL:CRVB:2015:2967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële duidelijkheid over hennepkwekerij
Appellant exploiteerde een horecabedrijf waarin een hennepkwekerij werd aangetroffen, wat leidde tot intrekking van zijn horecavergunning en beëindiging van zijn bedrijf. Hij vroeg bijstand aan, maar het college stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling wegens het ontbreken van bewijsstukken over de kwekerij en inkomsten.
Na bezwaar beoordeelde het college de aanvraag inhoudelijk en wees deze af omdat appellant onvoldoende informatie gaf over de exploitatie en inkomsten uit de hennepkwekerij. Appellant gaf wisselende verklaringen en leverde geen bewijs over de exploitatie of de opbrengsten. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel was gebaseerd op schattingen en werd niet als bewijs geaccepteerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht en dat daardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. Ook werd overwogen dat het vermeende voordeel uit de hennepteelt voldoende zou zijn geweest om in de kosten van levensonderhoud te voorzien. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens over de hennepkwekerij.