Uitspraak
27 mei 2014, 13/6990 en 13/6994 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante had beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam waarin de bijstand werd ingetrokken en de kosten daarvan werden teruggevorderd. Het college heeft deze besluiten later herroepen en verklaard dat appellante geen geld hoeft terug te betalen.
De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat appellante geen belang meer had bij een inhoudelijk oordeel over de bestreden besluiten. In hoger beroep heeft appellante zich hiertegen verzet.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat procesbelang vereist dat het beoogde resultaat ook daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor de indiener. Nu het college de intrekking en terugvordering heeft herroepen en garanties heeft gegeven dat geen vordering zal worden ingesteld, ontbreekt het aan voldoende procesbelang.
Daarom bevestigt de Raad de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.