ECLI:NL:CRVB:2015:2977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen inhoudingen op bijstand wegens derdenbeslag
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en maakte bezwaar tegen inhoudingen op zijn bijstand vanwege derdenbeslag door het College voor zorgverzekeringen (Cvz). De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant niet tijdig een besluit had aangevraagd over uitkeringsspecificaties van eerdere jaren.
In hoger beroep stelde appellant dat de inhoudingen onrechtmatig waren en dat alle bedragen terugbetaald moesten worden. De Raad oordeelde dat de bestuursrechter bij de beoordeling van een betalingsbeslissing ter uitvoering van een beslag de geldigheid van het beslag als gegeven moet beschouwen en niet mag toetsen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant. Tevens werd het betaalde griffierecht vergoed. De Raad benadrukte dat bezwaren tegen de geldigheid van het beslag aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.