ECLI:NL:CRVB:2015:2983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten na diefstal
Appellant, bijstandsgerechtigde sinds 2013, vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten van €1.200,- na diefstal van zijn oude inrichting in april 2011. Het college wees de aanvraag af omdat appellant volgens hen voor deze kosten had kunnen reserveren uit zijn bijstandsinkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet had kunnen reserveren vanwege de plotselinge diefstal en het feit dat hij een periode geen bijstand ontving. Ook kon hij nauwelijks sparen en had hij geen mogelijkheden om te lenen.
De Raad overwoog dat bijzondere bijstand alleen wordt toegekend als de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden waardoor betaling uit de bijstandsnorm en beschikbare middelen niet mogelijk is. Aangezien appellant sinds 2008 met onderbrekingen bijstand ontving en de diefstal in 2011 plaatsvond, had hij vanaf dat moment kunnen reserveren. Hij maakte niet aannemelijk dat dit niet mogelijk was of dat lenen onmogelijk was.
Daarom slaagde het hoger beroep niet en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt bevestigd omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kon reserveren of lenen.