Uitspraak
22 april 2014, 13/1286 (aangevallen uitspraak)
E.C. van der Meer.
OVERWEGINGEN
6 februari 2014 op adequate wijze heeft gereageerd op de brief van GGZ-arts Faber van
11 december 2013. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat de informatie van GGZ-arts Faber een bevestiging is van de informatie die al bekend was, namelijk dat sprake is van depressieve klachten sinds langere tijd. Appellante heeft in hoger beroep geen stukken overgelegd die reden geven voor twijfel aan het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Geen aanleiding bestaat het resultaat van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek voor onjuist te houden. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 5 maart 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL6703) is de omstandigheid dat appellante haar klachten subjectief als aanzienlijk ernstiger ervaart op zich genomen ontoereikend om twijfel op te roepen aan de juistheid van de ten aanzien van haar in aanmerking genomen beperkingen.