ECLI:NL:CRVB:2015:3038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woonplaats en bevoegdheid Zorginstituut bij vergoeding medische kosten in EU
Appellant, geboren in 1935, ontvangt een Duitse Altersrente en een AOW-pensioen en was tot 14 december 2010 woonachtig in Duitsland. Na die datum verhuisde hij feitelijk naar Italië, waar hij een eigen woning heeft, terwijl hij in Duitsland slechts een kamer bij zijn zoon had. Het Zorginstituut stelde dat appellant vanaf die datum in Italië woonde en vergoedde medische kosten dienovereenkomstig.
Appellant betwistte zijn uitschrijving uit Duitsland en wilde zijn woonplaats in Duitsland behouden, mede om fiscale redenen. De rechtbank vernietigde het besluit van het Zorginstituut, maar de Raad bevestigde dat het Zorginstituut bevoegd is en dat appellant vanaf 14 december 2010 woonachtig was in Italië, gelet op het centrum van zijn belangen en feitelijke omstandigheden.
Verder oordeelde de Raad dat het Zorginstituut onzorgvuldig handelde door geen gebruik te maken van de bevoegdheid om medische kosten die appellant in Italië maakte tussen 1 mei 2010 en 14 december 2010 te vergoeden volgens Nederlandse tarieven, zoals toegestaan in artikel 25, zevende lid, van Verordening 987/2009. De Raad gaf opdracht om het besluit te herstellen of een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
Uitkomst: Het Zorginstituut wordt opgedragen het besluit te herstellen of een nieuwe beslissing te nemen over de vergoeding van medische kosten met inachtneming van de woonplaats van appellant en de toepasselijke Europese regelgeving.