ECLI:NL:CRVB:2015:3084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding schuld bij dwanginvordering Wet werk en bijstand
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om kwijtschelding van een schuld voortvloeiend uit ten onrechte verstrekte bijstandsuitkeringen uit de periode 1991-1992. Het college wees dit verzoek af omdat de terugvordering via dwanginvordering (beslag) had plaatsgevonden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de uitzonderingen op de terugvorderingsplicht in artikel 58, zevende lid, van de Wet werk en bijstand limitatief zijn en dat beleidsregels geen nadere voorwaarden mogen stellen, behalve begunstigend beleid. Ook voerde zij aan dat de mandatering van beleidsregels aan de directeur SoZaWe niet rechtsgeldig was en dat de toelichting op de beleidsregel geen beleid vormt.
De Raad oordeelde dat de wijziging van artikel 58 WWB Pro niet van toepassing is op vorderingen die vóór 1 januari 2013 zijn ontstaan, waardoor het college bevoegd was tot terugvordering en het afzien daarvan. De beleidsregel is rechtsgeldig vastgesteld door de directeur SoZaWe op basis van een gepubliceerd mandaatbesluit. De toelichting op de beleidsregel vormt een richtsnoer en maakt integraal deel uit van het beleid. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding wordt afgewezen omdat bij dwanginvordering geen kwijtschelding wordt verleend volgens de beleidsregel.