ECLI:NL:CRVB:2015:3103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering IOAZ-uitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij autotransacties
Appellanten ontvingen een IOAZ-uitkering vanaf april 2011. Na een signaal over autobezit onderzocht de gemeente Den Helder de rechtmatigheid van de uitkering. Uit RDW-gegevens bleek dat appellant in korte tijd meerdere auto's op zijn naam had staan, wat duidt op autohandel. Het college trok de uitkering over diverse maanden in en vorderde €9.180,08 terug.
Appellanten voerden aan dat de auto's voor eigen gebruik waren en dat zij geen winst maakten, maar de Raad oordeelde dat gezien de korte eigendomstermijnen en het bezit van meerdere auto's tegelijk, er sprake was van handel. Ook het argument dat het om vriendendiensten ging, werd verworpen. Appellanten hadden de transacties niet gemeld, waarmee zij de inlichtingenverplichting schonden.
Omdat appellanten geen boekhouding of verifieerbare gegevens overlegden om hun stelling van geringe inkomsten te onderbouwen, kon het recht op uitkering niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de uitkering in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de IOAZ-uitkering bevestigd.