ECLI:NL:CRVB:2015:3139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering wegens onvoldoende verantwoording persoonsgebonden budget AWBZ
Appellante ontving voor 2011 een persoonsgebonden budget (pgb) van €13.897,55 op grond van de AWBZ. Het zorgkantoor stelde het pgb bij definitieve vaststelling vast op €7.835,19, omdat een bedrag van €6.062,36 niet verantwoord was. Appellante werd dit bedrag teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij niet had voldaan aan de aan het pgb verbonden verantwoordingsverplichtingen, zoals het overleggen van urenspecificaties, facturen en betalingsbewijzen. Appellante stelde in hoger beroep dat zij een zorgovereenkomst met Viva Zorggroep had overgelegd en dat haar gezondheidssituatie en de complexiteit van het pgb-beheer in de belangenafweging moesten worden betrokken.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Hoewel appellante een zorgovereenkomst overlegde, ontbraken andere essentiële stukken om de besteding van het pgb te verantwoorden. Het beheer van het pgb was uitbesteed aan een familielid, maar dit ontsloeg appellante niet van haar eigen verantwoordelijkheid. De belangenafweging was zorgvuldig gemaakt en het hoger beroep werd verworpen.
De Raad bevestigde daarmee de terugvordering en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen; terugvordering pgb bevestigd wegens onvoldoende verantwoording.