ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep herstelt gebreken in besluiten over vaststelling en terugvordering persoonsgebonden budgetten
In deze zaak staat de vaststelling en terugvordering van persoonsgebonden budgetten (pgb's) over de jaren 2009 en 2010 centraal. Appellanten, die pgb's ontvingen voor zorg vanwege ADHD en autisme spectrum stoornis, hadden de verleende zorg niet op de voorgeschreven wijze verantwoord met declaraties zoals vereist in de Regeling subsidies AWBZ. Het Zorgkantoor stelde daarop de pgb's lager vast en vorderde bedragen terug.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellanten niet voldeden aan de administratieve verplichtingen, maar dat het Zorgkantoor bij het nemen van de besluiten onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van appellanten. Zo werden de administratieve beperkingen van de wettelijk vertegenwoordiger, die psychische aandoeningen heeft, niet adequaat meegewogen. Ook ontbrak een evenredige belangenafweging zoals voorgeschreven in artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad concludeert dat de besluiten niet voldoen aan de vereisten van een zorgvuldige belangenafweging en dat het Zorgkantoor onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de pgb's lager zijn vastgesteld en de terugvorderingen zijn opgelegd. Daarom draagt de Raad het Zorgkantoor op binnen zes weken de gebreken in de besluiten te herstellen, zodat een juiste belangenafweging kan worden gemaakt en de besluiten kunnen worden aangepast.
Uitkomst: Het Zorgkantoor wordt opgedragen de gebreken in de besluiten over vaststelling en terugvordering pgb's te herstellen met inachtneming van een evenredige belangenafweging.