ECLI:NL:CRVB:2015:3184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en urenbeperking
Appellant had recht op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, vastgesteld door het UWV. Na een herbeoordeling stelde het UWV dat de arbeidsongeschiktheid per 23 januari 2012 was gedaald tot minder dan 35%, waardoor het recht op uitkering zou eindigen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de beperking ten aanzien van samenwerken en arbeidsduur onvoldoende was meegenomen en dat een geleidelijke opbouwperiode in arbeid noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en het eerdere besluit van 6 juli 2012, omdat het UWV haar standpunt had gewijzigd. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit op bezwaar waarbij de arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef tot 23 januari 2012 en het recht op uitkering eindigde per 24 mei 2012, rekening houdend met een tijdelijke urenbeperking van twee maanden.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport van Kemperman zorgvuldig en overtuigend was en dat de tijdelijke urenbeperking passend was in het kader van de herstelfase. De geselecteerde functies waren medisch passend en het recht op uitkering was terecht beëindigd. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard, het eerdere besluit vernietigd en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het recht op WIA-uitkering is terecht geëindigd per 24 mei 2012, met vergoeding van proceskosten aan appellant.