ECLI:NL:CRVB:2015:3197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering naar thuiswonende studerende wegens niet-wonen op gba-adres
Appellante ontving studiefinanciering berekend naar de norm voor uitwonende studerenden, terwijl de minister bij besluit van 18 januari 2013 de toekenning herzag naar de norm voor thuiswonenden en het te veel betaalde bedrag terugvorderde. Dit was gebaseerd op een huisbezoek op het gba-adres waaruit bleek dat appellante niet permanent woonde op dat adres.
Tijdens het huisbezoek werden weinig persoonlijke spullen van appellante aangetroffen en verklaarde zij zelf dat zij veel tijd bij haar zieke moeder doorbracht, waar zij zorg verleende. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante niet woonde op het gba-adres, mede omdat zij geen recent studiemateriaal of post kon tonen en de kamer geen permanente bewoning uitstraalde.
Appellante voerde aan dat zij haar spullen tijdelijk elders had opgeslagen vanwege de verzorging van haar moeder en een verbouwing, maar deze verklaringen werden als niet geloofwaardig beoordeeld. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde dat de minister geen aanvullend onderzoek hoefde te verrichten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, waarmee de herziening van de studiefinanciering en terugvordering gehandhaafd bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet op het gba-adres woont en de herziening van studiefinanciering naar thuiswonende studerende terecht is.