ECLI:NL:CRVB:2015:3198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huishoudelijke verzorging wegens gebruikelijke zorg door meerderjarige kinderen
Appellante ondervindt beperkingen bij het doen van het huishouden en heeft meerdere malen huishoudelijke verzorging ontvangen. Na een afwijzing van haar aanvraag in 2010 en opnieuw in 2013, maakte zij bezwaar met medische stukken van zichzelf en haar gezin. Het college stelde dat haar meerderjarige kinderen tussen 18 en 23 jaar gebruikelijke zorg kunnen leveren, waardoor geen extra voorziening nodig is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de kinderen gezamenlijk 9 uur per week huishoudelijke taken kunnen verrichten, ondanks hun opleiding en bijbaan. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar echtgenoot niet kan ondersteunen vanwege medische klachten en dat haar kinderen door school en werk niet voldoende tijd hebben voor huishoudelijke zorg.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en wijst erop dat beleidsregels uit 2012 uitgaan van een norm waarbij meerderjarige kinderen 4,5 uur per week gebruikelijke zorg kunnen leveren. Er is geen grond voor extra huishoudelijke hulp. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van huishoudelijke verzorging bevestigd.