ECLI:NL:CRVB:2015:3207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Ch. van Voorst
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende functiemotivering door UWV
Appellant vroeg op grond van de Wet Wajong een uitkering aan wegens psychische klachten die al voor zijn zeventiende bestonden. Het UWV stelde dat appellant 100% van het minimumloon kan verdienen en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn psychische en lichamelijke beperkingen en dat de geselecteerde functies niet voldeden aan zijn specifieke begeleidingsbehoefte, met name de noodzakelijke inzet van een jobcoach.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling van het UWV zorgvuldig was en dat de psychische en lichamelijke klachten adequaat waren meegewogen. Wel stelde de Raad vast dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd of de geselecteerde functies daadwerkelijk geschikt waren in combinatie met de noodzakelijke jobcoachbegeleiding. De arbeidsdeskundige had niet kunnen aantonen dat de functies aan deze voorwaarde voldeden, mede omdat informatie over de inzet van een jobcoach bij de functies ontbrak.
Omdat geen van de functies voldeed aan de specifieke begeleidingsbehoefte, kon het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant niet op basis van deze functies beoordelen. De Raad kwalificeerde appellant daarom als volledig arbeidsongeschikt en herroept het oorspronkelijke besluit. Appellant krijgt recht op een Wajong-uitkering met terugwerkende kracht. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Appellant wordt volledig arbeidsongeschikt verklaard en krijgt recht op een Wajong-uitkering met terugwerkende kracht.