ECLI:NL:CRVB:2015:3210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over beoordeling WIA-uitkering en herstel besluit UWV
Appellante verzocht het UWV om alsnog een WIA-uitkering toe te kennen op basis van nieuw medisch bewijs dat zij de ziekte van Fabry heeft. Het UWV wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden volgens artikel 4:6 Awb Pro.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de diagnose ziekte van Fabry geen nieuw feit is dat leidt tot andere beperkingen per 12 april 2010. Medische stukken die na de bezwaarfase zijn ingediend, mogen niet worden meegewogen. Wel oordeelt de Raad dat het UWV nagelaten heeft te beoordelen of appellante rechten ontleent aan artikel 55 van Pro de Wet WIA.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen door dit gebrek te verhelpen. Hiermee wordt het geschil niet definitief beslecht, maar wordt het UWV verplicht tot een nieuwe beoordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 augustus 2015.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit herstellen door alsnog te beoordelen of appellante rechten ontleent aan artikel 55 Wet WIA.