ECLI:NL:CRVB:2015:3284

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 september 2015
Publicatiedatum
29 september 2015
Zaaknummer
14/6316 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet tegen uitspraak UWV in WAO-zaken

De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WAO-zaak. Appellant had verzet aangetekend tegen deze uitspraak.

De Raad stelde vast dat appellant de gronden van het verzet niet binnen de gestelde termijn van vier weken na de verzenddatum van de brief op 1 juni 2015 had ingediend. Pas bij brief van 7 juli 2015, ontvangen op 20 juli 2015, werden de gronden ingediend, wat te laat was.

Er waren geen feiten of omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde de Raad het verzet niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 23 september 2015 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de verzetgronden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 september 2015
14/6316 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 oktober 2014, 14/1113
(aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is verschenen: F.M.J. Eijmaal, vertegenwoordiger van het Uwv

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

De Raad stelt vast dat appellant binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 1 juni 2015 gestelde termijn van vier weken geen gronden van het verzet heeft ingediend. Eerst bij brief van 7 juli 2015, bij de Raad ontvangen op 20 juli 2015, heeft appellant de gronden van het verzet ingediend. Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat dit verzuim niet aan appellant kan worden verweten, is niet gebleken.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons
IvR