Uitspraak
BESLISSING
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van €122,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. In het verzet gaf zij aan betalingsproblemen vanuit Marokko te hebben gehad en een familielid in Nederland te hebben gevraagd het griffierecht te voldoen.
De Raad oordeelde dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen en dat zij de Raad tijdig had moeten informeren over de betalingsproblemen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.
Gezien de omstandigheden besloot de Raad wel het te laat betaalde griffierecht van €122,- aan appellante terug te betalen. Een veroordeling in de proceskosten van het verzet werd niet opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 september 2015.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard en het griffierecht wordt terugbetaald.