ECLI:NL:CRVB:2015:3291

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 september 2015
Publicatiedatum
29 september 2015
Zaaknummer
15/908 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep WWB afgewezen

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een zaak betreffende de Wet werk en bijstand (WWB). De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn waren ingediend.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting is niemand verschenen namens appellant. De Raad heeft vastgesteld dat de gemachtigde van appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die tot een andere beoordeling zouden moeten leiden.

Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding tot veroordeling in de proceskosten van het verzet. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep ongewijzigd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 september 2015
15/908 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank
Den Haag van 16 december 2014, 14/8531 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 30 juni 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald en de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend.
De Raad stelt vast dat de gemachtigde van appellant mr. L. Kuijper, advocaat, in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van
30 juni 2015 onjuist is.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

CVG