ECLI:NL:CRVB:2015:3291
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep WWB afgewezen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een zaak betreffende de Wet werk en bijstand (WWB). De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn waren ingediend.
Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting is niemand verschenen namens appellant. De Raad heeft vastgesteld dat de gemachtigde van appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die tot een andere beoordeling zouden moeten leiden.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding tot veroordeling in de proceskosten van het verzet. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep ongewijzigd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is ongegrond verklaard.