ECLI:NL:CRVB:2015:3293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand voor verhuiskosten en inrichtingskosten onder WWB
Appellant, die sinds 2012 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuiskosten en inrichtingskosten na verkoop van zijn koopwoning en verhuizing naar een huurwoning.
Het college kende bijzondere bijstand toe voor verhuiskosten in de vorm van een geldlening, omdat appellant had moeten reserveren en dit niet had gedaan, wat duidt op een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. De aanvraag voor inrichtingskosten werd afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden, aangezien de verhuizing voorzienbaar was en appellant geen reserveringsruimte had door hoge woonlasten.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant bewust de lasten van de koopwoning droeg, waardoor hij zijn mogelijkheden om te sparen beperkte. Het college maakte terecht gebruik van haar bevoegdheid om verhuiskosten als geldlening toe te kennen. Voor inrichtingskosten geldt dat schulden en hoge vaste lasten geen bijzondere omstandigheden vormen die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
De Raad concludeert dat de besluiten van het college rechtmatig zijn en verklaart de hoger beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten en handhaaft de toekenning van verhuiskosten als geldlening.