ECLI:NL:CRVB:2012:BV2318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante woonde sinds 2006 met haar vier kinderen in een woning waar zij overlast ervoer van bovenburen. Ondanks klachten aan de verhuurder werd de situatie niet opgelost, waarna haar een vervangende woning werd aangeboden die zij in 2009 betrok. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van inrichting en huisraad van de nieuwe woning, welke werd afgewezen door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard. Het College stelde dat er geen sprake was van bijzondere omstandigheden die de noodzakelijke kosten rechtvaardigen, aangezien de verhuizing voorzienbaar was en appellante de kosten had kunnen reserveren of gespreid betalen. Ook het feit dat zij in schuldsanering zat en zorg droeg voor vier kinderen rechtvaardigde geen bijzondere bijstand.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de kosten van inrichting en huisraad incidentele, algemeen noodzakelijke kosten zijn die in principe uit het inkomen moeten worden voldaan. De verhuizing was niet plotseling en de situatie was al geruime tijd bekend, waardoor appellante voldoende gelegenheid had om de kosten te regelen. Schulden en betalingsregelingen kunnen niet worden afgewenteld op de WWB. De afwijzing van de bijzondere bijstand blijft daarom in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.