Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2015:3305

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 september 2015
Publicatiedatum
29 september 2015
Zaaknummer
13/5463 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en bijstandAlgemene Ouderdomswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van juiste berekening AIO-aanvulling ondanks bezwaar appellante

Appellante ontving een AIO-aanvulling naast haar AOW, Belgisch rustpensioen en ABP-pensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had de AIO-aanvulling geschorst wegens het niet tijdig aanleveren van een inkomensopgave, maar na ontvangst hiervan vastgesteld dat zij over januari en februari 2012 te veel had ontvangen. De Svb herzag de AIO-aanvulling per 6 september 2012 en stelde deze vast op €33,56 per maand.

Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat haar totale inkomen inclusief AIO-aanvulling onder de bijstandsnorm lag en dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat recente informatie via e-mail niet was meegenomen. De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.

De Raad oordeelde dat de Svb terecht alle relevante inkomenscomponenten had meegewogen en dat appellante onvoldoende concrete stukken had overgelegd om de juistheid van de bedragen, met name het Belgisch rustpensioen, te betwisten. Ook was de Svb bevoegd het bezwaar te beslissen na een redelijke termijn, ondanks latere e-mailinformatie. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

13/5463 WWB
Datum uitspraak: 29 september 2015
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
4 september 2013, 13/3611 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. R.G. Groen, advocaat, hoger beroep ingesteld en stukken ingediend.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend en nadere stukken.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 18 augustus 2015. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellante ontving ten tijde hier van belang een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW), een Belgisch rustpensioen, een pensioen van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en algemene bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). De Svb heeft bij besluit van 6 september 2012 de AIO-aanvulling geschorst op de grond dat appellante had verzuimd om tijdig het inkomensopgaveformulier ingevuld op te sturen.
1.2.
Appellante heeft het betreffende inkomensopgaveformulier nadien ingevuld en naar de Svb gezonden. Op basis van door haar overgelegde inkomensgegevens heeft de Svb bij besluit van 30 oktober 2012 (besluit 1) vastgesteld dat appellante over de maanden januari en februari 2012 teveel AIO-aanvulling had ontvangen, maar afgezien van herziening van de AIO-aanvulling over die maanden op de grond dat het teveel ontvangen bedrag lager was dan € 25,-.
1.3.
Bij afzonderlijk besluit van 30 oktober 2012 (besluit 2) heeft de Svb de schorsing opgeheven en de betaling van de AIO-aanvulling hervat met ingang van 6 september 2012 en op grond van de beschikbare inkomensgegevens de hoogte ervan herzien en vastgesteld op
€ 33,56 per maand.
1.4.
Bij besluit van 28 maart 2013 (bestreden besluit) heeft de Svb de bezwaren van appellante tegen de besluiten 1 en 2 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft, samengevat, aangevoerd dat haar totale inkomen, inclusief de AIO-aanvulling onder de voor haar geldende bijstandsnorm ligt. Voorts heeft zij aangevoerd dat het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Zij heeft ter toelichting gewezen op het feit dat zij op via e-malberichten van 17 februari, 28 maart, 2 april en 3 april 2013 nog contact met de Svb heeft gehad, waarbij zij informatie heeft verstrekt. Nu het bestreden besluit dateert van 28 maart 2013 heeft de Svb met die informatie ten onrechte geen rekening gehouden.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Het hoger beroep richt zich primair op de vraag of de Svb bij het bestreden besluit de hoogte van de AIO-aanvulling, beoordeeld naar de maanden januari en februari 2012 en de periode van 6 september 2012 (herzieningsdatum) tot en met 30 oktober 2012 (datum van het herzieningsbesluit), op juiste wijze heeft vastgesteld.
4.2.
Niet in geschil is dat de Svb alle bij de berekening van de AIO-aanvulling betrokken inkomenscomponenten terecht heeft gerekend tot de in aanmerking te nemen middelen. De rechtbank heeft over de berekening van die AIO-aanvulling overwogen dat de Svb bij het nemen van het bestreden besluit terecht is uitgegaan van de volgende gegevens. De bijstandsnorm voor een alleenstaande van 65 jaar en ouder was per 1 januari 2012 vastgesteld op € 1.026,35 per maand en per 1 juli 2012 op € 1.026,66 per maand. Het ABP-pensioen van appellante bedroeg ten tijde hier van belang € 41,82 per maand, het Belgisch rustpensioen bedroeg in januari 2012 € 105,54, in februari 2012 € 107,65 en vanaf maart 2012 € 109,80 per maand. Wat tegen het bestreden besluit is aangevoerd heeft de rechtbank niet geleid tot het oordeel dat deze of andere door de Svb gehanteerde bedragen onjuist zijn. Het standpunt dat te weinig AIO-aanvulling is verstrekt is niet van enige toelichting of onderbouwing voorzien, aldus de rechtbank.
4.3.
In hoger beroep heeft appellante haar standpunt dat zij te weinig AIO-aanvulling heeft gekregen evenmin van enige toelichting of onderbouwing voorzien. In het bijzonder heeft appellante ten aanzien van het Belgisch rustpensioen niet aan de hand van concrete stukken aannemelijk gemaakt dat de door de Svb in aanmerking genomen bedragen bij de vaststelling van de AIO-aanvulling onjuist zijn. De beroepsgrond dat de AIO-aanvulling onjuist is berekend, slaagt daarom niet.
4.4.
De beroepsgrond dat de Svb het bestreden besluit onzorgvuldig heeft voorbereid door geen rekening te houden met de door appellante via e-mailberichten van 17 februari,
28 maart, 2 april en 3 april 2013 verstrekte informatie slaagt ook niet. Bij het e-mailbericht van 17 februari 2013 heeft appellante de Svb een betaalspecificatie van haar ABP-pensioen over januari 2013 gezonden en die informatie was voor de beoordeling van besluiten 1 en 2 niet van belang. Voorts is appellante naar aanleiding van de hoorzitting in de bezwaarprocedure tot 25 februari 2013 in de gelegenheid gesteld om nadere informatie met betrekking tot het Belgisch rustpensioen over te leggen. Zij heeft niet kenbaar gemaakt dat deze termijn daartoe te kort was. De Svb heeft daarom op 28 maart 2013 kunnen overgaan tot het nemen van een beslissing op het bezwaar. De omstandigheid dat appellante nadien door middel van genoemde drie e-mailberichten nog informatie heeft verstrekt, doet daaraan niet af.
4.5.
Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa als voorzitter en F. Hoogendijk en
J.T.H. Zimmerman als leden, in tegenwoordigheid van J.L. Meijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 september 2015.
(getekend) J.F. Bandringa
(getekend) J.L. Meijer

HD