ECLI:NL:CRVB:2015:3308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en woonde op een adres waaruit zij door een gerechtelijk vonnis werd verwijderd. Na een melding van emigratie naar Tunesië blokkeerde het college de bijstand en trok deze met terugvordering in wegens vermeend vertrek naar het buitenland zonder melding.
Appellante stelde dat zij slechts kort naar Tunesië was geweest om haar kinderen weg te brengen en daarna tijdelijk bij vriendinnen verbleef, zonder te weten dat zij was uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen. Het college vond dat zij de inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van haar feitelijke verblijfplaats.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens had overlegd om haar verblijf elders aannemelijk te maken en dat het niet nakomen van de inlichtingenverplichting een geldige grond is voor intrekking en terugvordering van bijstand.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.