Uitspraak
13 6887 ZW
18 december 2013, 13/6246 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
J.C. van Beek.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als kraanmachinist en meldde zich wegens diabetes- en rugklachten ziek. Het UWV kende hem een Ziektewet-uitkering toe, maar verklaarde hem per 28 juni 2013 hersteld en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen op basis van een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk, ondanks zijn klachten over trillingen. Appellant stelde in hoger beroep dat de aard en omvang van zijn werk verkeerd waren ingeschat en dat de trillingen zijn klachten verergerden, waardoor hij niet kon werken.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV. Het medisch onderzoek was zorgvuldig, inclusief aanvullend onderzoek naar trillingsbelasting. Appellant leverde geen nieuwe medische gegevens die zijn beperkingen aantonen. De klachten van appellant waren onvoldoende objectief aantoonbaar.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.