ECLI:NL:CRVB:2015:3333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting niet gehandhaafd
Appellante ontving sinds 2006 bijstand en werd vanaf 2011 als alleenstaande gekwalificeerd vanwege detentie van haar partner. In 2012 ontving de gemeente informatie over niet gemelde vermogensbestanddelen in Turkije. Het college schortte de bijstand op en trok deze in wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting. Appellante verscheen niet op het gesprek en leverde geen bewijsstukken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante terecht dat haar geen verwijt kan worden gemaakt dat zij het verzuim niet heeft hersteld, aangezien een schending van de inlichtingenverplichting niet kan worden hersteld. De Raad oordeelde dat het achteraf bevestigen van vermogensbestanddelen de schending niet ongedaan maakt.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit tot intrekking van de bijstand. Tevens veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt herroepen.