Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende een aanvraag in voor aanvullende bijstand over de periode van 1 oktober 2011 tot 9 december 2011. Het college wees deze aanvraag af omdat deze achteraf was ingediend en er geen bijzondere omstandigheden waren om bijstand met terugwerkende kracht te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn klantmanager had beloofd dat zijn inkomen zou worden aangevuld met bijstand over de genoemde periode.
De Raad toetste dit beroep aan het vertrouwensbeginsel en stelde vast dat alleen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen van het bevoegde orgaan een gerechtvaardigde verwachting kan voortvloeien. Appellant kon niet aannemelijk maken dat de klantmanager dergelijke toezeggingen had gedaan. De klantmanager ontkende dit bovendien tijdens de procedure. Daarom faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak dat bijstand niet wordt toegekend met terugwerkende kracht tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen vergoeding van proceskosten of schade toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en bijstand met terugwerkende kracht wordt niet toegekend.