ECLI:NL:CRVB:2015:3404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens inkomsten uit arbeid zonder dringende redenen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en kreeg deze per 1 maart 2013 ingetrokken vanwege een arbeidsovereenkomst met inkomen gelijk aan of hoger dan de bijstandsnorm. Het college vorderde een bedrag van €908,49 terug voor teveel betaalde bijstand over februari en maart 2013. Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, dat door het college en de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep stond centraal of de brief van het college van 31 oktober 2013, waarin een mogelijke brutering van de terugvordering werd aangekondigd, als een besluit in de zin van de Awb kon worden aangemerkt en of dringende redenen bestonden om van terugvordering af te zien. De Raad oordeelde dat de brief slechts een vooraankondiging betrof zonder rechtsgevolg en dat dringende redenen ontbraken.
De Raad benadrukte dat het college het beleid volgt waarin ten onrechte verleende bijstand altijd wordt teruggevorderd, tenzij sprake is van uitzonderlijke sociale of financiële gevolgen. Appellante voerde aan dat zij in februari 2013 geen loon overhield, maar dit werd niet als dringende reden erkend. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.