ECLI:NL:CRVB:2015:3412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens vermeende niet-bewoning niet houdbaar door onzorgvuldig onderzoek
Appellant ontving sinds juni 2010 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok de bijstand in per 24 augustus 2012 en vorderde de kosten terug, stellende dat appellant niet woonachtig was op het opgegeven uitkeringsadres. Dit besluit werd door de rechtbank Rotterdam bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk op het adres woonde en beschikte over elektriciteit, warm water en meubels. De Raad stelde vast dat het college onvoldoende onderzoek had verricht naar het gebruik van nutsvoorzieningen, zoals meterstanden, en dat de verklaringen van buren en huismeester onvoldoende concreet en verifieerbaar waren.
De Raad concludeerde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat appellant niet op het adres woonde en vernietigde het bestreden besluit en het besluit tot intrekking van de bijstand. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing.