ECLI:NL:CRVB:2015:3414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet nakomen medewerkingsplicht ondanks vakantie
Appellante ontving bijstand sinds januari 2013 en werd op 16 juli 2013 de bijstand opgeschort vanwege het niet verschijnen op een gesprek zonder afmelding. Het dagelijks bestuur stelde een hersteltermijn tot 18 juli 2013, waarop appellante wederom niet verscheen. Vervolgens werd de bijstand ingetrokken met toepassing van artikel 54, vierde lid, van de WWB.
Appellante voerde hoger beroep aan met het argument dat zij op vakantie was en het dagelijks bestuur hiervan op de hoogte was, waardoor de hersteltermijn te kort was en de intrekking onterecht. Zij stelde ook dat het dagelijks bestuur misbruik maakte van haar bevoegdheid en dat een waarschuwing of korting passender was.
De Raad oordeelde dat appellante geen toestemming had gevraagd voor haar vakantie en het dagelijks bestuur niet op de hoogte was van haar afwezigheid. Hierdoor was de hersteltermijn niet te kort en was het verwijtbaar dat appellante niet op het gesprek verscheen. De intrekking was daarom terecht en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 16 juli 2013 wordt bevestigd omdat appellante verwijtbaar niet op het gesprek is verschenen ondanks haar vakantie.