ECLI:NL:CRVB:2015:3419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na niet-inleveren gevraagde stukken ondanks juiste adres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd door het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven verzocht om nadere stukken te overleggen in verband met een rechtmatigheidsonderzoek. Ondanks meerdere aanmaningen, waaronder aangetekende brieven die naar het juiste adres werden gestuurd, heeft appellant niet gereageerd en de gevraagde stukken niet overgelegd.
Het college heeft daarop de bijstand met terugwerkende kracht ingetrokken en de kosten teruggevorderd. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat vaststond dat de aangetekende brieven op het juiste adres waren aangeboden maar geweigerd of niet in ontvangst genomen waren, terwijl appellant nog steeds op dat adres stond ingeschreven.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de brieven nooit had ontvangen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het risico van het niet in ontvangst nemen van poststukken voor rekening van appellant komt zolang niet is vastgesteld dat de adressering onjuist was. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter G.M.G. Hink op 6 oktober 2015.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant de gevraagde stukken niet heeft overgelegd ondanks correcte verzending van brieven.