ECLI:NL:CRVB:2018:1258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- A. Stehouwer
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en afwijzing bijzondere bijstand reiskosten omgangsregeling
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en had een onderneming als zelfstandig fotograaf met marginaal karakter. Het college verzocht appellant meerdere malen om bewijsstukken over zijn inkomsten, maar hij reageerde niet. Na weigering ontvangst aangetekende brieven werd de bijstand opgeschort en later ingetrokken wegens het niet aanleveren van de gevraagde stukken.
Appellant vroeg vervolgens bijzondere bijstand aan voor reiskosten in verband met een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter, die plaatsvond in een omgangshuis. Het college wees deze aanvraag gedeeltelijk af, omdat de reiskosten van de woonplaats naar de verblijfplaats van de dochter als algemeen noodzakelijke kosten werden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de post onduidelijk was verzonden en dat de hoogte van de bijstand onvoldoende is om de kosten te dekken. De Raad oordeelde dat de wijze van verzending niet ongebruikelijk was en dat het risico van niet in ontvangst nemen voor appellant was. De Raad bevestigde dat de reiskosten binnen de normale kosten van het bestaan vallen en dat het beroep op het individualiseringsbeginsel niet slaagt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de afwijzing van de bijzondere bijstand voor reiskosten worden bevestigd.