ECLI:NL:CRVB:2015:3424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid tot arbeid
Appellant was ziekgemeld en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een medisch onderzoek concludeerde een arts dat appellant vanaf 23 november 2012 geschikt was om te werken, waarna het UWV het ziekengeld beëindigde. Appellant maakte te laat bezwaar tegen dit besluit, wat door de rechtbank werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid vanwege termijnoverschrijding.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij onheus was bejegend door de arts en dat zijn psychische toestand een verschoonbare reden vormde voor het late bezwaar. De Raad oordeelde dat de rechtbank de gronden voldoende had gemotiveerd en dat de stelling van onheuse bejegening onvoldoende was onderbouwd. Bovendien was appellant in staat om te werken, wat het ontbreken van een verschoonbare termijnoverschrijding ondersteunt.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door C.C.W. Lange op 7 oktober 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.