ECLI:NL:CRVB:2015:3431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Raad heeft het hoger beroep op 4 februari 2015 niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing door verzet aan te tekenen.
Tijdens de zitting van 23 september 2015, waar partijen niet verschenen, is het verzet behandeld. Het hogerberoepschrift was gedateerd 10 november 2014 maar werd pas op 21 november 2014 gestempeld en op 24 november 2014 ontvangen door de Raad, terwijl de uiterste termijn voor indiening 13 november 2014 was. Appellant stelde dat het tijdig was gepost en dat de vertraging te wijten was aan gebrekkige postbezorging.
De Raad oordeelde dat het poststempel op de enveloppe leidend is voor de datum van verzending, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het eerder is gepost. De enkele verklaring van de gemachtigde volstond niet. Ook was het hogerberoepschrift niet binnen een week na afloop van de termijn ontvangen, zodat het niet tijdig was ingediend volgens artikel 6:9, tweede lid, Awb.
Verder is volgens vaste rechtspraak niet-ontvankelijkverklaring achterwege gelaten indien de indiener niet kan worden verweten dat de termijn is overschreden. Dit is niet het geval bij niet-aangetekende verzending, waarvan de risico’s voor rekening van de indiener komen. Daarom is het verzet ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is ongegrond verklaard.