ECLI:NL:CRVB:2015:3433

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 oktober 2015
Publicatiedatum
7 oktober 2015
Zaaknummer
15/116 ZW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend.

Appellante maakte vervolgens verzet tegen deze beslissing en voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege ernstige psychiatrische klachten. De Raad heeft dit betoog onderzocht en geoordeeld dat er geen voldoende bewijs was dat appellante door haar klachten niet in staat was binnen de termijn hoger beroep in te stellen of hulp te zoeken.

De Raad wees het verzet af omdat medische gegevens die op appellante zelf betrekking hadden niet waren overgelegd en de verklaring die werd aangevoerd alleen betrekking had op haar echtgenoot. Er waren geen andere feiten of omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en wees zij een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons op 7 oktober 2015.

Uitkomst: Het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 oktober 2015
15/116 ZW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 januari 2014, 13/5319 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 29 april 2015 heeft de Raad het namens appellante door mr. K. Aslan, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellante heeft mr. Aslan verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 23 september 2015. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Aslan. Het Uwv heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 29 april 2015 berust op de overwegingen dat het hoger beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Een afschrift van de aangevallen uitspraak is op 8 januari 2014 gezonden aan de toenmalige advocaat van appellante, mr. M.T. de Vaal. Het hogerberoepschrift is verzonden op
6 januari 2015, nadat appellante en haar echtgenoot zich voor een andere kwestie tot mr. Aslan hadden gewend. De termijn voor het instellen van hoger beroep is daarmee - ruim - overschreden.
Namens appellante is betoogd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Daartoe is aangevoerd dat appellante als gevolg van (ernstige) psychiatrische klachten niet eerder in staat was hoger beroep in te stellen.
De Raad ziet, met alle begrip voor de moeilijke omstandigheden waarin appellante en haar echtgenoot sinds eind 2011 hebben verkeerd en nog verkeren, geen aanknopingspunt voor de vaststelling dat appellante binnen de termijn niet in staat is geweest hoger beroep in te stellen of zich te wenden tot een persoon of instantie die haar daarbij behulpzaam kon zijn. De verwijzing naar een op de echtgenoot van appellante betrekking hebbende schriftelijke verklaring van diens behandelend psycholoog en behandelend arts van 17 maart 2015 is daarvoor niet toereikend. Medische gegevens die - wel - op appellante betrekking hebben zijn niet in het geding gebracht. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Het verzet is daarom ongegrond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
7 oktober 2015.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

NK