ECLI:NL:CRVB:2015:3451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over herziening bijstand en inkomensberekening
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was werkzaam bij meerdere werkgevers. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem herzag de bijstand op basis van inkomsten uit arbeid en heffingskortingen, trok de bijstand in en vorderde te veel betaalde bijstand terug.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarop het college het besluit deels herzag door de bijstand over bepaalde periodes te herzien en terugvordering te verminderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de berekening van haar inkomsten onjuist was en dat zij geen aanvullende bijstand ontving vanaf juni 2013. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht is uitgegaan van de daadwerkelijke bankafschriften voor de inkomensberekening en dat de gehanteerde bedragen aan heffingskortingen correct waren. Ook was er geen feitelijke grondslag voor de stelling dat geen aanvullende bijstand werd verstrekt.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.