ECLI:NL:CRVB:2015:3452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken bijstandsbehoevendheid
Appellant heeft na detentie een aanvraag voor bijstand ingediend. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde deze aanvraag op grond van het vermoeden dat appellant niet in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, omdat hij volledig werd onderhouden door derden. Een onderzoek door een handhavingsspecialist bevestigde dat appellant geen eigen bijdrage leverde aan de kosten van bestaan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij schulden had en afhankelijk was van zijn omgeving, maar kon dit niet aannemelijk maken voor de relevante periode. De Raad oordeelde dat de bewijslast voor bijstandsbehoevendheid bij appellant lag en dat hij onvoldoende bewijs leverde dat hij niet zelf in zijn noodzakelijke kosten kon voorzien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter W.F. Claessens op 6 oktober 2015.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijstandbehoevendheid.