ECLI:NL:CRVB:2015:3478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in 2009 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering die door het Uwv is afgewezen omdat hij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest vanaf zijn zeventiende verjaardag. In 2012 vroeg appellant herziening van dit besluit, maar het Uwv wees dit af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat er geen nieuwe feiten waren die een herziening rechtvaardigden. In hoger beroep voerde appellant aan dat het Uwv ten onrechte geen nieuwe beoordeling had gedaan en dat de rechtbank de Wet Wajong niet juist had toegepast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 3:21 van Pro de Wet Wajong, omdat hij bij het einde van de wachttijd niet ongeschikt was voor arbeid. De aangeleverde medische rapporten en verklaringen betroffen geen nieuwe feiten over de gezondheidstoestand op de relevante datum. Daarom was er geen reden om het oorspronkelijke besluit te herzien.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening van de Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.