ECLI:NL:CRVB:2015:3488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken relevante wijziging in woonsituatie
Appellant heeft meerdere keren een bijstandsuitkering aangevraagd, waarbij het college de aanvragen heeft afgewezen op grond van het voeren van een gezamenlijke huishouding met een ander persoon op een bepaald adres. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank is de afwijzing gehandhaafd. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep is onderzocht of appellant sinds de eerdere afwijzing een relevante wijziging in zijn omstandigheden heeft kunnen aantonen.
Uit het onderzoek door de Dienst Werk en Inkomen, inclusief een huisbezoek en een verklaring van appellant, blijkt dat appellant nog steeds feitelijk een gezamenlijke huishouding voert met de betreffende persoon. Appellant verbleef overdag vaak bij die persoon, at daar regelmatig, deed huishoudelijke taken en gebruikte het adres als woonadres, ondanks dat hij ook een ander adres noemde.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat zijn woonsituatie zodanig is gewijzigd dat hij nu wel recht heeft op bijstand. Daarnaast is de verklaring van appellant rechtsgeldig en zonder voorbehoud afgelegd, zodat deze niet anders kan worden uitgelegd. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt daarom bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens het ontbreken van een relevante wijziging in de woonsituatie van appellant.