ECLI:NL:CRVB:2015:3493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig overleggen gevraagde gegevens
Appellant ontving sinds oktober 2011 bijstand op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle heeft de bijstand in 2013 meerdere keren verlaagd en uiteindelijk ingetrokken vanwege het niet tijdig overleggen van gevraagde bankafschriften. Het college stelde appellant in de gelegenheid om de ontbrekende gegevens binnen een hersteltermijn aan te leveren, maar appellant maakte hier geen gebruik van.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond voor een deel, maar oordeelde dat de intrekking van de bijstand terecht was omdat appellant verwijtbaar de gevraagde gegevens niet tijdig had ingediend. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college geen belangenafweging had gemaakt en dat hij niet bewust informatie had verzwegen.
De Raad oordeelt dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken op grond van artikel 54, vierde lid, van de WWB omdat appellant verwijtbaar de gegevens niet binnen de gestelde termijn heeft verstrekt. Het beleid van het college om bij te late informatieverstrekking de bijstand in te trekken gaat niet buiten redelijke beleidsbepaling. Ook de omstandigheden van appellant vormen geen dringende reden om hiervan af te wijken. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet tijdig overleggen van gevraagde gegevens wordt bevestigd.