ECLI:NL:CRVB:2008:BG4761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving meldingsplicht
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd verdacht van niet-feitelijk wonen op het opgegeven adres. Na meerdere huisbezoeken waarbij appellant niet werd aangetroffen, werd hij uitgenodigd voor een gesprek over zijn uitkering. Appellant verscheen niet en gaf geen bericht.
Het College schortte de bijstand op en gaf appellant een nieuwe mogelijkheid om te verschijnen, welke wederom niet werd benut. Vervolgens werd de bijstand ingetrokken en de kosten van bijstand over de periode van 21 tot en met 30 juni 2005 teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze besluiten.
De Raad oordeelde dat appellant het verzuim verwijtbaar niet had hersteld binnen de gestelde termijn, mede omdat hij zonder toestemming op vakantie was gegaan. Het College had bevoegdheid tot intrekking en terugvordering, en het beleid om hiervan in beginsel gebruik te maken overschreed geen redelijke grenzen. Er waren geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering van kosten worden bevestigd wegens het niet herstellen van het verzuim binnen de gestelde termijn.